MIDDEN - DELFLAND

De ontwikkeling van het automatisch melken

13 oktober 2014. In het gebied van Midden-Delfland zijn nog circa 60 melkveehouders werkzaam, waaronder een klein aantal grotere bedrijven. De Friesland-Campina tankwagen komt bij allemaal met regelmaat de melk ophalen. Elk bedrijf is toch weer heel anders. Alhoewel er vooral koeien van het Holstein Friesian (HF) ras (zwartbont of roodbont) worden gemolken zijn er verschillende bedrijven met andere rassen, zoals MRIJ (Maas-Rijn-IJssel) en Montbéliarde. Ook voor wat betreft de automatisering van het melkproces is er een grote diversiteit. Dit artikel geeft hier een overzicht van.

De techniek van het melken
Koeien melken bij de Zuidwoning in Den Hoorn; uiterst rechts Jan van Paassen (1869-1947); fotograaf onbekend.

De tijd dat de koe met hand gemolken werd ligt inmiddels enige tijd achter ons. In 1908 kwam de eerste melkmachine op de Nederlandse markt. In 1918 bracht het Amerikaanse bedrijf DeLaval een melkinstallatie voor grupstallen met staande emmers op de markt, die vele jaren wereldwijd werd gebruikt. Enkele jaren later brachten de Babson Brothers de hangende melkemmer op de Amerikaanse markt onder naam Surge. De visgraat melkstal, al ontwikkeld in 1910 door de Nieuw-Zeelander Boyce, werd pas na 1950 verder ontwikkeld door zijn landgenoot Sharp. De eerste draaimelkstal werd in al 1930 gebouwd op de Walker-Gordon-model-boerderij door DeLaval. Deze zogenaamde ‘rotolactor’ had vijtig plaatsen en ging in twaalf en een halve minuut rond. De melkhoeveelheid per koe werd gemeten en de melkstellen werden automatisch na elke melking gespoeld.

De techniek van het melken
Mobiele melkinstallatie in de Noord-Kethelpolder.

Pas na 1950 sterke groei in automatisering

De demonstratie van machinaal melken op de landbouwtentoonstelling in Schagen (1912) was de sensatie van de dag (bedrijven Alfa-Laval, Westfalia en Manus). Tussen 1920 en 1930 werden in Nederland ca. 1000 melkmachines in gebruik genomen. Tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog stagneerde de groei en veel melkmachines verdwenen zelfs bij gebrek aan kennis en onderhoud. Pas na ca. 1950 werden melkmachines weer volop geïnstalleerd. In 1950 waren er in Nederland 4000 bedrijven met een melkmachine; tien jaar later was dit aantal gegroeid tot maar liefst 39.000. Een ander overzicht laat zien dat in 1950 slechts 5% van de koeien machinaal werd gemolken; in 1970 was dit 90%. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw kwam de melkkoeltank en werd het transport met melkbussen vervangen door tankwagens. Vanaf deze tijd werd de visgraatmelkstal op veel melkveebedrijven aangelegd, tot de dag van vandaag veelvuldig in gebruik.

In 1992 werd de eerste melkrobot (automatisch melksysteem of AMS) ter wereld in gebruik genomen bij een Nederlands melkveebedrijf. Het artikel 'De lange weg van melkmeid tot melkrobot' uit 2009 constateert dat Nederland duidelijk koploper is bij de toepassing van melkrobots met een aantal van 1700 melkveebedrijven, terwijl er wereldwijd toen 5000 bedrijven automatische melksystemen gebruikten. In oktober 2014 hadden in Nederland 3378 bedrijven een AMS (bron: KOM).

De techniek van het melken
Visgraat melkstal van de fam. Van der Kooij (Abtswoude).

De situatie in Midden-Delfland

Ook in Midden-Delfland is de automatisering bij de melkveebedrijven geleidelijk ingevoerd. Op de paar bedrijven met een grupstal na wordt sinds ca. 1970 vooral de visgraatmelkstal gebruikt. Bij een klein aantal bedrijven staan één of meer melkrobots (AMS). Een melkrobot kan ongeveer 60 koeien tweemaal per etmaal melken. Het bedrijf Lely uit Maassluis leverde Astronaut melkrobots aan Van Leeuwen (Dorppolder) en Dijkshoorn (Woudsepolder). Bij Van der Ende (Noord-Kethelpolder staan twee melkrobots van het merk DeLaval. Bij Zeeuw (Zouteveensepolder) staat de SAC RDS Futureline melkrobot.

De techniek van het melken
Een Lely Astronaut melkrobot bij de fam. Dijkshoorn (Woudsepolder; 2009).

Ook de de draaimelkstal heeft niet lang geleden zijn intrede gedaan in Midden-Delfland. Bij Van Vliet (Zouteveensepolder) staat sinds 2013 een 50 stands SAC draaimelkstal en in 2014 werd bij de gebroeders Oosthoek (Zouteveensepolder) een 32 stands Gea draaimelkstal geïnstalleerd die door één persoon bediend wordt.

De techniek van het melken
Draaimelkstal van de fam. Van Vliet (Zouteveense Polder, 2013).

De techniek van het melken
Draaimelkstal van de gebroeders Oosthoek (Zouteveense Polder, 2014).

Meer automatisering

Naast twee keer melken per dag is de melkveehouder dagelijks bezig met het voeren van de dieren; een andere klusje is de mest af te voeren naar de mestkelder. Voor al deze taken zijn automatische system ontwikkeld. In Midden-Delfland wordt op enkele bedrijven de automatische mestschuiver gebruikt, bij Lely heet deze stalverzorger de Discovery, wat een chique naam!

Kringloopboeren

Aan het programma Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland werken sinds 2010 een aantal melkveehouders samen in studiegroepen om te komen tot een efficiëntere bedrijfsvoering gebaseerd op de principes van kringlooplandbouw. Daarbij staan de versterking van de bedrijfskracht en de verbinding van het agrarisch bedrijf met de (stedelijke) omgeving centraal. Lees meer...

Producenten van melksystemen

Bronnen: